PlantPlezier logo

Tip: pinda's in een pot

Zelf pinda's kweken als bijzonder tuinexperiment

Pinda's kweken in Nederland klinkt misschien vreemd, maar het kan prima in een pot op een beschut plekje. De pindaplant (Arachis hypogaea) is een lid van de vlinderbloemen, zoals ook beschreven in de moestuingids van Groei & Bloei. Het is een verrassend leuk experiment voor in de tuin of op het balkon, en het resultaat smaakt letterlijk naar meer.

De juiste pot en grond

Een pindaplant heeft ruimte nodig voor de wortels en de pinda's die zich onder de grond vormen. Kies een pot met een diameter van minimaal 30 centimeter en een diepte van minstens 25 centimeter. Zorg voor goede drainage door een laag hydrokorrels op de bodem te leggen. Gebruik luchtige, zandige potgrond die niet te zwaar is. Pinda's houden niet van natte voeten, dus waterafvoer is belangrijk.

Zaaien en ontkiemen

Koop ongebrande, ongezouten pinda's in de dop bij een speciaalzaak of online. De pinda's met het rode vliesje eromheen zijn het zaad. Plant ze ongeveer drie centimeter diep in de vooraf bevochtigde grond, met de punt naar beneden. Zet de pot op een warme plek, bij voorkeur boven de 20 graden. Na een week tot tien dagen verschijnen de eerste kiempjes boven de grond.

Het zaaien kan het beste halverwege mei gebeuren, wanneer de temperatuur ook 's nachts niet meer onder de 15 graden zakt. Wie eerder wil beginnen, kan de pinda's binnen voorzaaien en ze later naar buiten verplaatsen.

Het bijzondere groeiproces

De pindaplant groeit als een laag, compact struikje met mooie groene blaadjes. Na een paar weken verschijnen gele bloemetjes die sterk lijken op die van de erwt. Hier wordt het pas echt bijzonder: na de bevruchting buigt de bloemsteel zich naar beneden en boort zich in de grond. Daar, onder het oppervlak, ontwikkelen de pinda's zich in hun vertrouwde dop.

Dit proces heet geocarpie en het maakt de pindaplant zo fascinerend om te kweken. Het is vooral voor kinderen een leerzaam en spannend proces om te volgen.

Verzorging

Zet de pot op de warmste en zonnigste plek die beschikbaar is, liefst tegen een zuidmuur. Geef regelmatig maar matig water. De grond mag licht vochtig zijn maar nooit drassig. Als de bloemsteeltjes de grond in gaan, kan het helpen om een laagje extra aarde rond de plant aan te brengen, zodat ze makkelijker de bodem bereiken.

Pinda's hebben weinig voeding nodig. Een lichte bemesting bij het planten is voldoende. Te veel stikstof zorgt voor veel blad maar weinig pinda's.

Oogsten

Na ongeveer vier tot vijf maanden zijn de pinda's klaar om geoogst te worden. De plant begint dan geel te kleuren en het blad valt af. Trek de hele plant voorzichtig uit de grond en schud de aarde eraf. Aan de wortels hangen de pinda's in hun dop. Laat ze een paar dagen drogen op een luchtige plek voordat ze worden gegeten of geroosterd.

De oogst zal bescheiden zijn, misschien tien tot twintig pinda's per plant. Maar het gaat bij dit experiment ook niet om de hoeveelheid. Het plezier zit in het proces: van zaad tot zelfgekweekte pinda, recht uit de eigen pot.